VERA interviewreeks: Jan Fock

VERA is de standaard voor gegevensuitwisseling bij woningcorporaties. Als zodanig vaart dit product onder de vlag van CorpoNet. Naast de VERA standaard is er de organisatie VERA, ondergebracht in een stichting. Deze stichting is in 2012 opgericht door Arjan van Dijk (toen Stadgenoot), Daan Peters (Mitros), Hans van Beelen (toen Woonbron), Pascal Greuter (toen Info Support), Frank Blom van Kubion en Frans Esser en Jeroen Voogt van WoningNet. Met het doel om als centrale instantie in Nederland een technische ‘normalisatiestandaard’ van gegevensdefinities voor woningcorporaties tot stand te brengen, te beheren en de invoering te bevorderen. VERA is een samenwerking tussen corporaties en leveranciers. De organisatie heeft een bestuur, een stuurgroep en architectuur- en beheerteam. Het bestuur bestaat altijd uit een meerderheid aan corporaties.
Om de mensen achter VERA een gezicht te geven is deze interviewreeks van start gegaan.
Leestijd: ongeveer 8 minuten

We beginnen de reeks met de voormalig voorzitter Jan Fock. Wie is Jan Fock?
Jan vertelt een technische achtergrond te hebben. Hij koos voor de opleidingen elektrotechniek en werktuigbouw en aan de TU Delft en HTS Rijswijk. Later voegde hij daar nog een studie bedrijfseconomie (Erasmus universiteit) aan toe. Hij heeft de studies niet afgemaakt, maar uit alle drie de studies wel de kennis gehaald die hij voor zijn levensweg interessant vond.
De automatisering boeide Jan en via een aantal financieel beloonde bezigheden op dit vlak, waaronder een computerwinkel in Delft (opgestart door een aantal studenten) en een automatiseringsbedrijf met als kernactiviteiten systeembeheer en websiteontwikkeling (in samenwerking met een partner opgebouwd) kwam Jan bij zijn huidige werkgever Vestia terecht.
Jan woont samen met zijn partner in Rotterdam op loopafstand van het centrum, heeft bewust gekozen voor een leven zonder kinderen, heeft een volkstuin en een scala aan hobby’s die veelal met techniek te maken hebben.

Hoe kwam je bij Stichting VERA terecht?
“Arjan van Dijk en Hans van Beelen waren al met CORA bezig en vanuit dat gezelschap is bedacht dat er ook een datastandaard moest komen. Er waren diverse verbanden, ook met leveranciers die zich realiseerden ‘als we dit nu niet gaan opbouwen wordt het in de toekomst best ingewikkeld om systemen te koppelen.’ Frank Blom van Kubion en Pascal Greuter van Info Support (later Datarotonde) hadden toen al door hoe complex dat was om het aan elkaar te plakken en ook de visie op zo’n datastandaard werd steeds noodzakelijker.”
Omdat er iemand vanuit een corporatie nodig was in het bestuur van het net opgerichte VERA (2012) en Arjan van Dijk al voorzitter van CORA was, werd Jan Fock gevraagd om dit voor VERA te doen. Stichting VERA was dus in eerste instantie een stichting met een ‘bestuur’ met Jan Fock als voorzitter. Redelijk snel kwam er een stuurgroep (statutair bepaald) met Jeroen Voogt als voorzitter.
De actie waarmee VERA het meest snelheid heeft gemaakt, is die met Arjan van Dijk, Daan Peters en Jan Fock waarin ze alle directeuren van ERP’s zijn afgegaan. “Dat waren 1-op-1 gesprekken met directeuren van ERP systemen, want daar lag de grootste uitdaging. ERP leveranciers zagen er toen niet zoveel heil in, ze hadden het ook niet echt nodig. Ze hadden hun eigen gegevensmodel, dus waarom investeren (tijd/moeite/geld) in een standaard voor de hele sector?”
Dat was zo’n beetje de start van VERA, de stichting en de open standaard VERA, waarin iedereen uit de corporatiesector mag participeren.

Over participatie gesproken, hebben jullie genoeg mensen?
“Op zich zijn er nooit genoeg mensen, maar om VERA te maken heb je wel expertise nodig, daarom is het architectuur-team in het leven geroepen. Het is hard nodig kennis te borgen in de vorm van een samenwerking van verschillende experts.
In het begin werd de ontwikkeling door middel van projectgroepen gedaan, dat werkte toen heel goed en snel, met deelname van zowel corporaties als softwareleveranciers. Vooral leveranciers maken zelf koppelvlakken en hebben daar verstand van. Bij corporaties is deze kennis vaak niet aanwezig, maar is vaak wel basiskennis van data beschikbaar. Corporaties kunnen daarnaast goed aangeven wat zij nodig hebben (behoefte formuleren) en beginnen zelf steeds meer expertise van data op te bouwen..
Het is ook veelal overgedragen kennis, de mensen van het architectuurteam hebben samen geleerd hoe zaken in elkaar steken, hoe je moet beheren, wat kritisch is. Dus meer participatie zou leuk zijn, maar mensen met deze specifieke kennis zijn niet gemakkelijk te vinden. En verder hebben medewerkers van corporaties en leveranciers het vaak heel druk. Er verandert veel (digitalisering) bij corporaties waardoor er niet altijd tijd/energie voor activiteiten voor de sector is. Een grotere financiële onderlegger is dus eigenlijk echt wel noodzakelijk om VERA consistent te kunnen door ontwikkelen.”
Jan is dan ook erg blij met het feit dat het architectuur-team vanuit CorpoNet (met ledengeld) gefinancierd kan worden. Want zonder betaalde professionele input krijg je zo’n standaard niet echt van de grond.

Naast zijn baan bij Vestia maakt Jan deel uit van het bestuur van VERA, is hij lid van het CORA kernteam en bestuurslid/vice-voorzitter bij CorpoNet.
Jan hoe combineer jij dit allemaal?
“Ik werk 36 uur bij Vestia, de vrijdag is voor ‘sectordingen’ CORA/VERA/CorpoNet.
Vestia geeft mij die ruimte omdat ik ook kennis vanuit deze netwerken terugbreng in de organisatie.”
Jan vertelt dat hij een tijdje bij de Stoom Stichting Nederland in Rotterdam gewerkt als vrijwilliger, oude stoomlocomotieven restaureren. “Dat was zwaar werk, een bout weegt 10 kg bij wijze van spreken, bovendien begon dit na een half jaar verdacht veel op werk te lijken. Toen moest er wat anders komen.”
‘Wat anders’ was dus onder andere VERA, waardoor hij zichzelf als een rijker mens beschouwt. “Je bouwt een groot netwerk op, je spreekt veel mensen en dat is verrijkend.”

Na acht jaar heb je je rol als voorzitter bij VERA neergelegd, werd dat tijd?
“Het is goed om nieuwe instroom te hebben. Daarbij staat VERA op een soort van kantelpunt, hoe gaan we het verder doen? Overigens is het voorzitterschap bij VERA geen directieve sturing, het is meer coördineren en agenderen. Ik weet ook niet of ik het goed heb gedaan, in ieder geval naar beste kunnen. VERA is een community waarin men elkaar wel weet te vinden. Het architectuurteam is belangrijker voor de continuïteit dan de rol van een voorzitter.”
Hij lacht als ik te berde breng dat het feit dat hij soms ‘mister VERA’ werd genoemd een zekere waardering zou kunnen betekenen. Voor Jan gaat het echter altijd om samen. “Samen hebben we VERA een eind gebracht.”
NB Jan Fock blijft als bestuurslid betrokken bij VERA.

Kun jij VERA in een paar woorden omschrijven?
“Ja, al moest ik daar even over nadenken, ik kom tot het volgende: een Community van bevlogen experts van corporaties en leveranciers die samen het belang van standaardisatie inzien.
Een standaard maken is niet eenvoudig en bij VERA vinden we consistentie en kwaliteit belangrijk, naast natuurlijk toepasbaarheid. Je moet voortdurend ontwikkelen en toch nauwkeurig blijven.
Het feit dat er samenwerking is tussen leveranciers en corporaties is ook heel krachtig en belangrijk bij standaardisatie. En ergens in de samenwerking tussen die twee moeten de keuzes gemaakt worden.”

Hoe zie jij de toekomst van VERA?
“Dat is zeker een uitdaging. We zijn al best ver. VERA wordt al veel toegepast: er zijn bedrijven die hun complete datamodel daarop laten draaien; er zijn nogal wat ERP leveranciers en samenwerkingsverbanden die VERA echt als standaard hebben omarmd en de belangrijkste koppelvlakken conform VERA hebben draaien resp. aan het bouwen zijn; er zijn wat nieuwe intreders in de markt die ook naar VERA kijken. Er zijn corporaties die VERA gebruiken voor data rationalisatie, wat heel interessant is: waarom zou je niet gewoon een standaard gebruiken als je een discussie hebt over woningtypes? Dan kun je net zo goed die standaard pakken, zeker als die ook wordt gebruikt voor de dVi.”
Je voelt een ‘maar’ aankomen:
“Maar door de toename in toepassing, neemt de vraag naar support toe. Het architectuurteam is voor het grootste gedeelte bezig met beheer en ontwikkeling van de standaard, hierdoor is er nauwelijks capaciteit voor ondersteuning van corporaties en leveranciers. Toch moet je die vragen van gebruikers wel beantwoorden.
Nu wordt VERA voor bijna 100% door CorpoNet gefinancierd en dat levert een zekere continuïteit op, maar er moet zeker gekeken en besproken worden of dit de juiste manier is. Misschien moet je langzamerhand naar een financieringsmodel waarbij diensten betaald gaan worden, of naar een structurele funding uit de contributie hetzij van CorpoNet hetzij op een andere manier in elkaar gezet, misschien ook met bijdragen van leveranciers. Daar moet het gesprek over gaan plaatsvinden met het bestuur en de nieuwe voorzitter in het komende jaar/jaren. Er lopen wel wat trajecten die kansrijk zijn: de Regiegroep (datastandaarden) van Aedes en het feit dat Aedes het belang van standaardisatie steeds meer podium wil geven en mogelijk VERA wil steunen. Dat zijn kansen die VERA verder kunnen brengen.”
Wat Jan belangrijk vindt is dat VERA op dit moment de standaard is voor de corporatiesector. Er zijn geen drie corporatie-specifieke datastandaarden, er is één standaard: VERA en die kan verder uitgebouwd worden. Vanzelfsprekend zijn er ook andere relevante standaarden, waarmee VERA de samenwerking opzoekt. VERA is nog altijd up-to-date, al is ze wel aan het verschuiven van harde IT naar meer business gerelateerde vraagstukken (o.a. schonen van data en verantwoording) waarmee het belang van VERA iets verschuift. In CorpoNet zie je eenzelfde verschuiving, ook daar is meer interesse vanuit andere disciplines zoals controllers en businessmanagement.
“In de statuten van VERA werd het omschreven als een technische standaard voor koppelen en nu begint het steeds meer een datastandaard te worden, waaruit je ook koppelingen kan maken. Dat is een andere toekomst, ook logischer. Je bouwt een koppelvlak om gegevens uit te wisselen, terwijl het vraagstuk eerst lag in het uitwisselen van gegevens en daarna gaan we een koppelvlak bouwen. Kantelpunt is misschien niet de juiste omschrijving maar we zitten wel op een evolutionair pad, waarbij je echt moet nadenken over hoe we verder gaan. De gesprekken in bestuur en stuurgroep gaan ook over hoe de toekomst eruit gaat zien. Wat voor stappen moeten we gaan zetten … mooie taak voor de nieuwe voorzitter om VERA naar een next level te brengen.”

Jan vervolgt: “De integratie met CORA is ook heel interessant om te zien. Daar loopt inmiddels een ‘branding’ discussie, moeten CORA en VERA als aparte producten/organisaties blijven bestaan of moeten die twee samen de complete corporatiestandaard voor processen en informatievoorziening gaan worden? En maakt dat veel uit, voor het gebruik en de toepasbaarheid? Of wordt het daardoor juist iets simpeler en brengen we bepaalde verbanden beter in beeld.
En hoe vindt het gesprek met de sector hierover plaats? Hoe doen we het goede? Daarover wil je met de sector communiceren. Experts denken vaak na over waar de standaard naar toe moet, maar door vragen van gebruikers komen we achter de behoefte/de vraag. Want we doen het voor de sector, niet voor onszelf.”

Tot slot Jan, heb jij, in plaats van een gouden, een standaard tip voor de sector?
“Ga nadenken over standaardisatie. Ga nadenken over de businesscase voor jouw bedrijf achter standaardisatie. Daarin samenwerken kan heel nuttig zijn, dat zie je onder andere aan SWEMP. Dat is nog niet zo gemakkelijk, je moet ook opletten dat het je niet gaat beperken, maar de tip blijft toch wel ‘ga nadenken over standaardisatie en waar jouw businesscases liggen.’
Overigens is een standaard geen geloof. Je kunt met een gedeelde visie een mooie start maken en in zekere zin is dat bij VERA ook een belangrijke drive geweest, maar in de business context werkt een geloof niet want daar moet het gewoon geld opleveren, of kwaliteit, of een verbeterd product voor de klant. Daaruit moet je de investering van standaardisatie rationaliseren, want bij de start kost dat altijd geld.
Je kunt een gegevensstandaard eindeloos met USB vergelijken of met Bluetooth en andere standaarden, maar daar zit het verdienmodel toch echt anders in elkaar. Dit (CORA/VERA) is echt iets van de lange adem en als je het structureel heel goed doet kun je er heel veel lol van hebben. Zeker als iedereen meedoet, dan gaat het echt goed werken. Als maar een paar partijen meedoen dan werkt het (nog) niet. Ja daar moet je op een gegeven moment wel doorheen. Ik denk dat wij daar met elkaar aardig in aan het slagen zijn”