Interconnectie : Aflevering 1 (januari 2021)

CorpoNet – A+

A+ zijn acht woningcorporaties die gebruikmaken van het ERP-systeem Tobias AX van Aareon en qua grootte tussen de 10-20 duizend vhe’s
Een gesprek met CorpoNet-lid GroenWest; in persona met Michel Bakker (manager Financiën & Bedrijfsvoering) en Joyce Ligthart (projectleider I&A).

Waarom lid van A+?
Michel vertelt dat hij blij is met het A+ netwerk, daar waar CorpoNet ‘kennis delen’ in haar vaandel draagt, zeggen ze bij A+ ‘samenwerking is je belangrijkste ICT middel’. Ergens in 2017 zaten Jurgen de Ruiter (Parteon), Bert van der Ent (Trivire) en Michel bij elkaar met de vraag kunnen we gelijksoortige corporaties rond hetzelfde thema (ERP) bij elkaar brengen? Uit die gedachte is A+ ontstaan.

Verkennende gesprekken, samen optrekken, steviger gesprekspartner naar Aareon waren de eerst ideeën rondom de samenwerking. Al gauw blijkt dat er op veel zaken samengewerkt kan worden.
Een stip op de horizon was bijvoorbeeld de aangekondigde migratie naar Tobias 365. Daar hebben de deelnemende corporaties samen met Aareon een readiness programma voor bedacht en uitgevoerd. Uiteindelijk is het ook de bedoeling om een gezamenlijk contract (noem het een A+ contract) te bewerkstelligen. Wat ook voor Aareon een voordeel kan zijn.

Michel verwoordt een belangrijke gedachte van CorpoNet en geeft daarbij aan dat vaker te horen in de sector: Waarom vinden we toch allemaal individueel het wiel uit? Wat is er meer voor de hand liggend om dat samen te doen? Zowel Michel als Joyce onderkennen daarbij het belang van standaardisatie. Natuurlijk aan de ene kant bewaak je als corporatie je authenticiteit, maar bij de bedrijfsprocessen loont standaardisatie (efficiency). En op het gebied van gegevens en de uitwisseling daarvan werken ze bij GroenWest met VERA. Standaardisatie maakt onderhoud makkelijker en bij samenwerking, nu binnen A+, is het uiteraard ook erg handig.
Bij de zogenaamde stip op de horizon speelt de huurder, volgens Michel, een belangrijk rol. De wensen van de huurder zijn in wezen bepalend voor het digitaliseringsbeleid. De afdeling I&A is als het ware de spil in de realisatie van die wensen. Michel geeft toe dat in de discussie de huurder niet altijd even centraal staat, maar het bewustzijn dat de huurder is waar ze het voor doen is zeker aanwezig.

Henk stipt even aan, omdat hij ook netwerkt met onze Engelse housing-collega’s (oa Anglo-Dutch Innovation Lab), dat zich daar een nieuw fenomeen voordoet bij het digitaliseren. Namelijk het wantrouwen vanuit de huurder als er in de woning slimme apparatuur geplaatst wordt. Voorlopig wordt dit nog niet herkend door Michel en Joyce, zij geven aan dat Nederland nog niet op grote schaal in de woning digitaliseert. Wel goed om dit ook in Nederland in de gaten te houden en zeker ook het privacy aspect mee te wegen. Joyce beaamt dit en voegt toe: “Dat je het ook kunt uitleggen aan je huurders en aantonen dat je het alleen voor een afgesproken doel wordt gebruikt.”

Terug naar de stip op de horizon vraagt Henk “Wat is het meest innovatieve waar jullie nu aan werken om in 2025 te hebben gerealiseerd?” Joyce geeft aan dat het op dit moment nog niet zo spectaculair is als Henk misschien zou willen, want zo zegt zij “We zijn vooral bezig met het op orde en in kaart brengen van de datastromen. Welke informatie haal je waar op en waar breng je het naartoe? Want dat is wat je voor al die slimme ideeën nodig hebt. Daar ligt nu het zwaartepunt. Zorgen voor de data, dat het veilig is, op orde is, kwalitatief goed is, op een logische plek staat.” Wij zijn zo vrij hieraan toe te voegen dat standaardisatie voor uitwisselbaarheid van gegevens (VERA) voor nu en in de toekomst essentieel is.
Michel zou toe willen naar “Proactief aangereikt krijgen van informatie op het moment dat je dat nodig hebt.”
Hij legt dit uit aan de hand van een ‘slimme kraan’ die op het moment dat hij gaat lekken een seintje geeft aan de aannemer die vervolgens een afspraak met de huurder maakt om de kraan te repareren.

Hoewel GroenWest niet de ambitie heeft een tweede qlinker te worden, streven ze wel naar een datagedreven organisatie. Je klanten bedienen op basis van data zou naar Michel’s idee de dienstverlening aan de klant nog meer verbeteren. Zelfs de auteur van dit artikel snapt dat je hiervoor toch echt de data op orde moet hebben, want anders sla je de plank behoorlijk mis.
Ook het samen nadenken over ‘data’ wordt door beide onderkend. Hierop zou je als sector samen moeten werken en standaardisatie helpt enorm.

Hoe kom je daar dan?

Op de vraag van Henk ‘wat de grootste uitdaging is op weg naar 2025’ antwoordt Michel. Hij geeft aan er niet trots op te zijn, maar neemt het wel waar: “Wij zijn goed in het schetsen van plaatjes, maar als je vraagt ‘hoe kom je daar dan?’ dan vinden we het bedenken van een stappenplan toch heel erg ingewikkeld. En dan verliezen we ons vaak in de eerstvolgende upgrade die eraan zit te komen; laten we dat eerst doen en daarna komt het volgende.” Toch worden er best aardig wat stappen gezet, maar de roadmap naar 2025 bepalen en langs die lijn in de buurt komen van wat er wordt beoogd, dat blijkt behoorlijk uitdagend te zijn.
En juist hierin zit ‘m de kracht van de samenwerking. Omdat de samenwerkende corporaties, ieder vanuit hun eigen uitgangspositie wel hetzelfde beeld van 2025 (of 2030, ook CorpoNet formuleerde zo’n gedachte in De 2030-dialoog) hebben en in de ontwikkeling daar naartoe samen kunnen optrekken. Omdat we bijvoorbeeld niet alleen hetzelfde ERP hebben, maar toevallig ook hetzelfde DMS of hetzelfde klantvolgsysteem.
De praktische uitvoering van idee naar werkelijkheid, ‘hoe organiseer je het?’ dat is voor Joyce de uitdaging. Want voor de hele organisatie is de huurderstevredenheid het allerbelangrijkst. “Dat zij lekker wonen en als er iets mis is het makkelijk en snel opgelost wordt.” aldus Joyce. Aan haar de taak dat op haar werkgebied te organiseren.
Want ja, de wereld digitaliseert in sneltreinvaart en huurders krijgen hierdoor hogere verwachtingen van hun verhuurder. Als je nu iets online bestelt en je hebt het morgen in huis, dan verandert je idee van tijd. Dat is onder andere waar corporaties mee te maken hebt.

Aan het slot van deze eerste interconnectie stelt Henk de vraag “Van welk netwerk (of persoon) willen jullie meer weten?” Henk noemt ter suggestie een aantal namen uit zijn verzameling. Bij de naam BLOEI lichten vier ogen op. Hoewel het netwerk bij Joyce en Michel niet echt bekend is, geeft de naam de doorslag om aan hen het stokje door te geven.

BLOEI is een Flownetwerk waarin wordt samengewerkt op het gebied van duurzame inzetbaarheid (DI). Vanwege toenemende digitalisering verandert de inhoud van ons werk, in sommige gevallen verdwijnt je werk. Als sociale huisvester zorg je voor je huurders en dat doe je samen, dus je zorgt ook dat ‘je mensen’ mee kunnen in de veranderende organisatie. Hoewel CorpoNet zich niet focust op dat gedeelte van digitalisering, is het wel leuk om met elkaar in een gesprek te verkennen wie waar en hoe mee bezig is.
Op naar BLOEI!